Iris van Herpen

Femmes fatales, column van David (Nieuwsbrief 25, 01-2019)

Column van David

Femmes fatales,
sterke vrouwen in de mode
Gemeentemuseum Den Haag

Femmes fatales

Expositie in Haags Gemeentemuseum

 

Femmes fatales, sterke vrouwen in de mode heet de expositie in het Haags Gemeentemuseum die we bezoeken.

De voorbereiding van deze expositie van alleen vrouwelijke modeontwerpers begon in 2016 maar leek nog actueler te worden na de #metoo en #time’sup discussies die later volgden.

De vraag is of dit een valide uitgangspunt is.

 

Verwarrende naamgeving expositie
De naamgeving van de tentoonstelling maar ook de latente mening er achter werpen vragen op.

In het Nederlands taalgebruik heeft de term Femmes fatales (zie Wikipedia) nauwelijks enige  connotatie met ‘sterke vrouwen’. ‘Het Franse femme fatale oftewel fatale vrouw is een archetype dat staat voor een vrouw die haar schoonheid en seksualiteit gebruikt om mannen te verleiden en in het ongeluk te storten, denk aan bekende namen als Cleopatra en Mata Hari’.

De oproep: We should all be feminists
Het tweede vraagteken dat gezet kan worden betreft het gebruik van het – ongetwijfeld complimenteus bedoelde – begrip ‘sterke vrouwen’.

Zet het woord voor ‘mannen’ en je ziet foute mannen (bijvoorbeeld dictators ‘Het land heeft een sterke man nodig’) .

In hedendaagse spreektaal wordt een doortastende vrouw met lef meestal (ook door vrouwen) aangeduid als ‘een vrouw met ballen of kloten’. Natuurlijk net zo discutabel.

Het is hilarisch maar de portee van dergelijke uitingen lijkt te zijn ‘Sterke vrouwen zijn leden van het zwakke geslacht die hun mannetje weten te staan’.

De drie centrale vragenIn een eerste toelichting bij het betreden van de expositie, wordt getracht het ‘vrouwelijke’ te duiden. Drie vragen staan daarbij volgens de samenstellers centraal:

  • Ontwerpen vrouwelijke ontwerpers anders dan hun mannelijke collega’s?
  • Wat betekent vrouw-zijn voor hun creaties?
  • Wat is hun visie op mode?

Nadat vermeld wordt dat hier geen eenduidig en te generaliseren antwoord mogelijk op is, volgt toch een redenering die zowel vaag als trendy oogt maar totaal geen hout snijdt:

‘Maar wel valt op dat veel vrouwelijke ontwerpers werken vanuit hoofd, hart en handen’. De vraag rijst natuurlijk of dit ook niet geldt voor veel mannelijke ontwerpers. De alinea sluit af met: ’Daarnaast ontwerpt een aantal van hen bij voorkeur conceptueel, los van conventies of de zogenaamde male gaze(de ‘mannelijke’ blik)dus zonder de vrouw die zij kleden te objectificeren’. Ook dit citaat kan zonder probleem van toepassing verklaard worden op een aantal mannelijke ontwerpers.

Een van de computer ontwerpen van Iris van Herpen
Bij deze expositie kreeg ik een gevoel zoals in bijgaand citaat fijntjes uitgedrukt wordt:  Met dat ‘sterke vrouw’ (niet ‘sterk mens’) wordt vooral een semi-gearticuleerd onbehagen over een kennelijk gevoel van ongelijkheid geventileerd: ‘Wij zijn ook sterk. Maar anders.’  De woordkeus weerspiegelt een weinig constructieve manier van denken in verschillen.

Zoals te verwachten zijn de geëxposeerde ontwerpen zeer de moeite waard om te zien maar kunnen geen antwoord geven op de drie centrale vragen van de tentoonstelling. Ontwerpen van Iris van Herpen, Madeleine Vionnet, Elsa Schiaparelli, Madame Grès (zie ook het stuk in een eerdere Nieuwsbrief), Gabrielle ‘Coco’ Chanel hebben een grote zeggingskracht. Maar wellicht ten overvloede het vrouw zijn van de ontwerpers, blijkt nergens uit. Er zou ook een expositie te maken zijn van bijvoorbeeld uitsluitend blonde of homosexuele of Engelssprekende ontwerpers, dat zou even arbitrair als nietszeggend zijn ondanks de kwaliteit van de getoonde ontwerpen.

Sarah Burton for Alexander McQueen
Een andere discipline

Het kan verfrissend werken om te kijken hoe daar in andere disciplines naar gekeken wordt, bijvoorbeeld de architectuur.

Vrouwelijke architecten moesten van ver komen. Tegenwoordig is grofweg de helft van de architectuurstudenten van het vrouwelijk geslacht. Minder dan een halve eeuw geleden was dit 10 tot 15% In de modewereld zijn deze verhoudingen al langere tijd meer in evenwicht.

De inmiddels wereldberoemde Nederlandse architect en oprichtster van het architectenbureau Mecanoo, Francine Houben toont in interviews (o.a. NRC, Elegance en AD) een verfrissende blik op haar plaats als vrouw in de wereld van de architectuur:

Foto Francine Houben bron: internet

Ik wil erkenning om wat ik kan, niet omdat ik vrouw ben’ | laat Houben in het AD noteren. Ze zegt er eigenlijk nooit zo bij stil te staan dat ze als vrouw in een mannenbolwerk verkeert. Het is domweg geen issue. Nu niet, nooit niet. ,,Ik ben gewoon architect, geen vrouwelijke architect. Maar ook: : ‘Ik voel me bevoorrecht om vrouw te zijn, moeder te zijn en architect te zijn’. Het is frappant te lezen in de interviews dat matriarchale eigenschappen haar niet vreemd zijn.

Het vrouw zijn wordt niet ontkend of verdoezeld maar is op het professionele vlak geen issue. Een expositie met als thema vrouwelijke architecten met haar lijkt er dan ook niet in te zitten.
Misschien wat saai maar de naamgeving van deze expositie zou gewoon Vrouwen in de mode moeten zijn.