Blog David: Boven DORIENDAVID…..onder Marlies Dekkers

Boven DORIENDAVID………

onder Marlies Dekkers

‘Van boven DORIENDAVID daaronder Marlies Dekker’ hoorden we een Rotterdamse havendirecteur in onze modestudio zeggen, toen ze het had over de kleding voor een aankomend plaatselijk gala.

Rotterdamser zal het niet worden.

Onwillekeurig dwaalden onze gedachten af naar een oud artikel in het dagblad Trouw, ‘Was will das Rotterdamse Weib?’  (Yvonne van Eekelen, nov. 1994) dat geschreven werd naar aanleiding van onze modeshow in de Kunsthal ‘ Sprookjes uit Rotterdam’.

In het artikel worden we afgezet tegen een toenmalige grootheid in de Rotterdamse modewereld Theo Sijthoff. Er zullen weinig (jonge) mensen zijn die de naam Theo Sijthoff kennen, maar – de tijd in acht genomen – is het woord grootheid zeker niet misplaatst.

 

Na een carrière als wielerprof (van middelmatig tot semi-top), stortte hij zich op de mode. Bluffen was hem niet vreemd, hij had een vlotte babbel en wist zichzelf heel goed te verkopen. Ik kan me nog herinneren dat hij in zijn advertenties liet zetten ‘U kent mij toch ?’ (zie AD febr. 1993), Ik had geen flauw idee waarvan ik hem zou moeten kennen. Hij deed dit lang voordat zijn naam een begrip was.

Hij liet zich modeontwerper noemen en stond enige tijd zelfs bekend als de Rotterdamse modekoning. Hij resideerde gedurende jaren met zijn modestudio in het markante Koetshuis in de Rotterdamse wijk IJsselmonde en kleedde de toenmalige beau-monde. Het waren niet de minste namen die hij tot klant kon rekenen. Het volgende rijtje duikt op: Diana Ross, Lou Rawls, Omar Sharif, Joan Collins maar ook Koningin Beatrix, Ria Lubbers, Lee Towers, Vanessa, Patty Brard, Regilio Tuur, Gerard Joling, Jules Deelder, maar er zijn er veel meer. Hij deed bijvoorbeeld ook de kleding voor grote shows en spektakels op televisie.

In het eerder genoemde Trouw artikel wordt het verschil met ons – DORIENDAVID – als volgt geduid: De grootste is Theo Sijthoff  die ruim duizend verschillende avondjurken heeft en zich de ‘grootste van Europa’ noemt. Van Armani, Yves Saint Laurent en met pailletten overdekte ‘echte Sijthoffs Zeer geliefd in het Lee Towers en Anita Meijer circuit, maar ook bij Kees van Kooten’.

Dan vervolgt Van Eekelen: ‘De Rotterdamse modestudio DORIENDAVID zit wat meer in de kunstwereld’. en ‘ De collectie DORIEN DAVID in de prijsklasse van 500 tot 3000 gulden, wordt vooral door Rotterdamse klandizie gedragen, terwijl Sijthoff, die zijn collectie van 500 tot 14.000 gulden verkoopt ook Belgen en Duitsers over de grens weet te trekken’.

Een jaar later, in 1995, moet Sijthoff het Koetshuis sluiten. In datzelfde jaar openden wij onze tweede studio aan de Keizersgracht in Amsterdam (van 1995 tot 2012).

De neergang van Sijthoff kwam volgens eigen zeggen door de Nederlandse bureaucratie en belastingen die zijn onderneming nekten.

In de Provinciale Zeeuwse Courant staat Modeontwerper Theo Sijthoff is het beu, Rotterdammer verruilt atelier voor eiland in de Stille Zuidzee

 

Naar eigen zeggen vertrekt hij naar een onbewoond tropisch eiland dat hij gekocht heeft.

Typerend voor de man is dat hij ook bij deze (naar later bleek gedwongen) sluiting een groots gebaar maakt. Naast de noodzakelijke onvermijdelijke grote opruiming, regelt hij (als rookgordijn?) dat Rotterdamse bijstandsmoeders gratis een creatie bij hem uit kunnen zoeken, compleet met accessoires. Dat leverde toch weer publiciteit op. Het Leids Dagblad: ‘Vrouwen mogen bij modekoning haute couture uit komen zoeken, Theo Sijthoff viert afscheid met bijstandsmoeders’ (24-2-1995).

De Volkskrant wijdt een (ietwat zuur) artikel vol ontboezemingen aan de sluiting: De bluffer van de glitter krast op ( Ben Haverman, 23 januari 1995). Na enige tijd duikt hij berooid en wel op in België. In april 1999 staat er in de krant Theo Sijthoff aan de bedelstaf.  Samen met zijn vrouw probeert hij daar nog wel iets op te zetten maar nieuw succes blijft uit. Op YOUTUBE is nog een ontluisterend filmpje te vinden waarin Willibrord Frequin hem interviewt en waarin hij bekent dat het eiland een verzonnen verhaal was om naar België te verdwijnen.

Na een ernstige ziekte overlijdt hij in 2006 op 69 jarige leeftijd in Brecht, België.

Hoewel het wellicht een voetnoot is, mag dit verhaal in de geschiedschrijving van de Rotterdamse mode niet ontbreken. Het is onmiskenbaar dat Rotterdam nooit een modestad is geweest en de geschiedenis van de Rotterdamse mode een dun boek is (denk aan het standaardwerk over Duitse humor) maar het is wel boeiend en de moeite waard om bij stil te staan. (Voor Wikipedia schreef ik eerder een artikel met een terugblik op de mode in Rotterdam ten tijde van het bestaan van de Modepromenade Overblaak)Inmiddels zijn we zo’n 25 jaar verder. Als we een tussenbalans opmaken, zien we  dat we 1000 jurken in de collectie nooit hebben gehad noch geambieerd, maar meer dan 1000 op maat gemaakte – zelf ontworpen en vaak unieke – kledingstukken zijn er bij ons zeker over de toonbank gegaan. Daar zijn we trots op en dat geeft veel voldoening.

Het laat zich raden, in de beschrijvingen van de Rotterdamse mode zul je – in tegenstelling tot de naam DORIENDAVID, de naam Sijthoff hoogstwaarschijnlijk wel tegen komen. Om eerlijk te zijn,  geeft dat wat minder voldoening.