Back to Blog
Paradise by the dashboard light but the road to hell?

The Road to Hell

David’s Column:

 

 

Als je zelf betrokken bent bij het maken van kleding (maar dan in het tegenovergestelde deel, dat je het beste kunt omschrijven als ambachtelijke slow-fashion*) weet je dat veel confectiekleding in het Westen voor onmogelijk lage prijzen verkocht wordt. Da’s leuk als je van kleding kopen houdt of een wouldbe fashionista bent maar ergens in je achterhoofd weet je dat somebody has to pay the price for that. En die somebody is vaak vrouw, soms zelfs meisje/kind  en woont doorgaans in landen als China, India, Honduras,The Philippines of Bangladesh etc. schreef ik in een column getiteld ‘Bangladesh Bastards’ in onze Nieuwsbrief, Figuurlijk gesproken no 3 van maart 2014. Dit was naar aanleiding van het schokkende nieuws over het instorten van een naaiatelier in Bangladesh en de vele slachtoffers daarbij.

Dat er bijna 5 jaar later weinig veranderd lijkt en er nog vele misstanden zijn, blijkt wel uit de beelden die getoond worden in het eind 2018 door de EO uitgezonden programma ‘Genaaid’.

In het rijtje genoemde landen kwam Myanmar nog niet voor, maar naar kijkend dit programma, waarin een vijftal goedwillende maar verwende en naïeve Nederlandse fashion-liefhebbers verplaatst worden naar naaiateliers in sloppenwijken in Myanmar, zien we schrijnende beelden op sociaal en ecologisch gebied. (Ook andere programma’s zoals bijvoorbeeld  ‘Tegenlicht’ van de VPRO besteedden recent aandacht aan deze problematiek).

Slechte betaling voor heel lange werktijden in belabberde, te kleine en ongezonde ruimtes, soms  zelfs kinderarbeid brengen ons terug in de slaventijd.

 

Dit alles voor de (over)productie van steeds maar nieuwe kleding voor de welvarende landen. Het lijkt een cynische grap maar de overproductie wordt  deels weer vernietigd om de prijzen hoog te houden. Een ramp voor het milieu en een ramp voor mensen die dit werk moeten doen.

De kleding wordt zo goedkoop en massaal geproduceerd dat er een nieuwe cultuur in het westen ontstaan is de zogenaamde ‘weggooimode’.

Als we deze heilloze weg blijven volgen, zijn we beland op The road to hell (naar een song van Chris Rea, waarin hij 0verigens in een heel andere context het beeld gebruikt van een  sterk vervuilde rivier). 

 

Wat is er aan de hand

In deze blog geven we eerst aan wat er aan de hand is en kijken vervolgens naar mogelijke oplossingen en de partijen die daar een rol in kunnen spelen. 

Als ontwerpstudio is DORIENDAVID uiteraard geïnteresseerd in de (marginale) rol die weggelegd is voor ontwerpers.

 

Sociale- en milieuproblemen 

 Globaal gesproken zijn er in de mode-industrie twee enorme problemen: op sociaal gebied en op milieugebied. Dit laatste is nauwelijks te overschatten want de mode-industrie is de op een na vervuilendste industrie ter wereld!

 

De sociale problemen doen zich voor omdat de productie veelal plaatsvindt in de armste landen met slechte arbeidsomstandigheden waar vaak geen of een minimale handhaving van de regels (bijv. op het gebied van kinderarbeid) en corruptie is. Zoals water altijd naar het laagste punt vloeit, zoekt de industrie altijd het land/gebied waar arbeid, grondstoffen, vestigingseisen (waaronder milieu-eisen) en vervoerskosten het laagst zijn, tegenwoordig hoort Myanmar (voorheen Birma) daarbij.

 

Op het gebied van het milieu worden de problemen veroorzaakt door een uitputting van grondstoffen (waaronder water, de hoeveelheden nodig bij productie van katoen zijn berucht) en vervuiling. Bodem, water en lucht worden verontreinigd. Het verpakken en het transport zorgen voor aanvullende vervuiling.

 

Verkenning van mogelijke oplossingen

Grofweg zijn er drie partijen betrokken bij een mogelijke oplossing: producenten, consumenten en de (internationale) overheid. Daarnaast kunnen ontwerpers, al of niet gesteund door de wetenschap, ook hun inbreng hebben. In een Nieuwsbrief als deze krijgen zij uiteraard aandacht.

Het probleem kan niet door een partij opgelost worden maar hoopvol is dat voor de consument (als stemmer en klant) een centrale rol weggelegd kan zijn.

 

Het productie apparaat

Een goed begin zou zijn als er een gedragscode komt voor producenten (en handelaren) waarin staat dat het product gegarandeerd in een humane omgeving geproduceerd is met inachtname van sociale wenselijkheden als een geldend minimumloon, een veilige en schone werkomgeving, de uitsluiting van kinderarbeid en een minimale belasting van het milieu. 

In de eerder genoemde column Bangladesh Bastards (Nieuwsbrief 3) stelde ik dat om te beginnen de Gedragscode van Ikea: IWAY als initieel voorbeeld gebruikt zou kunnen worden omdat daarin eisen gesteld worden aan toeleveranciers en andere derde partijen voor wat betreft een eerlijk en rechtvaardig arbeidssysteem en milieubeleid.

Dit moet ervoor zorgen dat de klant er op kan vertrouwen dat het product niet tot stand komt door uitbuiting of milieuschade.

Misschien is het een idee – al id het voorlopig toekomstmuziek – om a la voedselindustrie iedere lap stof/product van een vingerafdruk te voorzien, waarin de herkomst en productie-omstandigheden onuitwisbaar naar voren komen. Als de consument het scant ziet hij een classificatie van het product en de ontstaansgeschiedenis.

Zo’n systeem zou verplicht moeten worden voor de mode-industrie.

We zitten inmiddels in een stadium dat ook dwingender maatregelen niet geschuwd moeten worden.

 

De consument

De consument moet geleid en verleid worden om een wenselijke keus te maken. Maar eerst moet er door middel van voorlichting en bewustwording een voedingsbodem ontstaan waardoor gedragsverandering getriggerd wordt.

Goede voorlichting en/of onorthodoxe maatregelen als beloningen (subsidies) voor een juiste keuze kunnen de consument over de streep trekken. Wat te denken van verplichte inname van een oud product of statiegeld op kleding (er bestaat overigens al zo iets als ‘lease a jeans’). Als je de consument wil overhalen minder en gericht te kopen, zal deze in een oogopslag moeten kunnen zien of de aanbieder een product levert met een eerlijke geschiedenis of een sociaal/milieutechnisch wanproduct.

 

Iets anders is dat verenigde consumenten van bijv. de EU of de VS zaken kunnen afdwingen. Zoals iedereen eens besloot jeans met onzinnige scheuren te kopen, kan ook iedereen besluiten jeans met een bepaalde samenstelling te boycotten. Dat zou nog eens een progressieve trend zijn! 

 

Zo’n ombuiging is een zaak van de lange termijn maar de geschiedenis leert dat het mogelijk is. Eens werden sinaasappels uit een land met een verkeerd regime geboycot en tegenwoordig kunnen we allemaal weten dat bijvoorbeeld scharrelproducten of roken wenselijk of niet-wenselijk is. Als we ervoor beloond worden, bijvoorbeeld om elektrisch te rijden, is de kans groot dat we een bewuste keuze maken.

 

De derde partij: de overheid

Omdat de catastrofe in de mode industrie zo langzamerhand een mondiaal probleem is geworden, moet het begrip overheid ruim opgevat worden. Naast lokale overheden zullen international organisaties en samenwerkingsverbanden zoals de UN en EU een sleutelrol moeten krijgen. Het gaat te ver om dat hier gedetailleerd uit te werken. Daar zou ik me zeker aan vertillen maar het is wel mogelijk om te bedenken wat er idealiter eigenlijk zou moeten gebeuren.

Stevige maatregelen als bijvoorbeeld een mondiaal verbod op 100% katoenen producten (wat zou er al wel niet bespaard kunnen worden als de samenstelling van jeans niet meer 100% katoen is) moeten overwogen worden.om de verspilling en vervuiling van water en het uitputten van waterbronnen tegen te gaan.

Ook een afgedwongen beperking van de productie moet een optie zijn om de waanzinnige verspilling en vervuiling van natuurlijke bronnen als water een halt toe te roepen. Dit kan zoals gezegd alleen internationaal geregeld worden.

 

De rol van ontwerpers

Ontwerpers kunnen hun fantasie de vrije loop geven. Zij kunnen oplossingen zoeken in verschillende richtingen, zowel bij consumenten(gedrag) als bij producenten.

Ze zijn daarbij per definitie vernieuwend, al of niet in samenwerking of met hulp van moderne wetenschap en techniek.

Het ligt voor de hand dat een aantal de oplossing in andere materialen zal zoeken, ook andere dan gebruikelijke natuurlijke materialen, of stoffen die bijvoorbeeld door recycling verkregen worden (zoals fleece ontwikkeld wordt uit PET flessen).

Ook de 3D print beweging houdt zich hiermee bezig. Print your own clothes gaat tot de mogelijkheden behoren. Naar verluidt komt het personaliseren van kleding binnen handbereik.

Maar als we toch met nieuwe materialen bezig zijn, laten we de kleding dan ook een nieuwe functie geven, zeggen anderen. Kleding wordt dicht op de huid gedragen (we hebben er als het ware een intieme relatie mee) dus denken zij aan kleding met daarin verweven sensoren (sensitief, intelligent en recycleerbaar) die hartslag, transpiratie of stress-niveau meten. Ook het door middel van smart textiles opladen van batterij of het communiceren met de omgeving ligt in het verschiet.

Weer anderen denken de hoeveelheid kleding per persoon te kunnen beperken door een kledingstuk te ontwerpen dat alle functies van andere kleding in zich verenigt (beetje als astronauten- kleding) of het projecteren van beelden op een basispak.

In hoeverre dit realistische opties zijn, zal de tijd leren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Back to Blog