Back to Blog
Yves Saint Laurent Museum Marrakech

Van HIP HOP gangsta look naar de rode Koningsstad Marrakech

Column David

Van HIP HOP gangsta look naar de rode Koningsstad Marrakech

De blog in deze Nieuwsbrief gaat over een tweetal tentoonstellingen die we de afgelopen tijd bezocht hebben.

De tentoonstelling ‘Street dreams, How Hip Hop took over fashion in de Rotterdamse Kunsthal en de permanente tentoonstelling van Yves Saint Laurent in het gelijknamige museum in het Marokkaanse Marrakech. 

Street dreams, How Hip Hop took over fashion

Aangetrokken door de beloftevolle titel bezochten we de expositie in de Rotterdamse Kunsthal.

Eerlijk gezegd was het een deceptie met een groteske titel van gebakken lucht. 

Het enige hoogtepunt was de video-installatie met het puur Rotterdamse A trip down the memory block, een tijdlijn met een zestigtal hiphop modellen, opgenomen op de West-Kruiskade! 

Er was nauwelijks kleding en mode was ver te zoeken: wat petjes, hats, t-shirts en schoenen. De talrijke foto- en filmbeelden van de hip hop beweging konden dit niet compenseren. Wat rest zijn (commercieel geslaagde) uitingen van een beweging die alweer zo’n vijftig jaar geleden ontstond in de New Yorkse Bronx.
De Bronx was in de zeventiger jaren een arme wijk bevolkt door Afro-Americans en Latino’s. Op wijkfeesten (Block parties) ontwikkelden zich allerlei nieuwe muziek en dansvormen met een uitgesproken kledingstijl. Rappen, breakdance, mixende dj’s en graffiti zijn bekende uitingsvormen.

The Bronx, Hip Hop in the 70’s and 80’s (foto’s van internet)

Wat de expositie laat zien is dat uitingen van hip hop als rap muziek, sampling and remixing, breakdancing en graffiti nu ingeburgerd zijn (niemand kijkt er meer van op) maar wel degelijk voortkomen uit de rijk geschakeerde hip hop beweging. Een leek kan zien dat het straatbeeld aan voortdurende verandering onderhevig is. Sneakers, sportkleding, hoodies, T-shirts, petjes en gouden kettingen/bling bling horen erbij.
Maar de claims van de samenstellers van de tentoonstelling zijn er niet minder om. Alsof hip hop de eerste jeugd cultuur is die uitmondde in een beweging die uiteindelijk geïncorporeerd werd in de modewereld (die altijd redeneert if you can’t win it, join it). 

Het lijkt wat voorbarig om – zoals in deze expositie gebeurt – bij de benoeming van een Hip Hop grootheid (Abloh) van een overname te spreken. Het claimen van een gigantische invloed en het zich tegelijkertijd afzetten tegen bestaande instituties is misschien inherent aan een emancipatiebeweging en noodzakelijk om de bestaand (blanke) suprematie te doorbreken.
Ondertussen ligt marketing op de loer.

In een artikel over popster Rihanna die ook Hip Hop muziek maakt en tegenwoordig ook in de mode actief is, staat: ‘Voor Abloh en Rihanna geldt bovendien dat geen van beiden als ontwerper is geschoold en dat hun opmars typerend is voor nog een andere belangrijke verschuiving in de modewereld: van ambachtelijke vaardigheid naar likes. Met Fenty (haar merk) hengelt LVMH (het machtigste modebedrijf van Frankrijk) naar een publiek dat ze met andere merken niet goed bereiken’. (Bregje Lampe, Volkskrant Magazine 7 sept. 2019).
Kortom, dit gaat over marketing, niet over mode.

De eerdere naoorlogse generatie zocht al creatief naar eigen kleding (o.a. met artikelen uit de army dump, denk aan parka coats, bomber jacks etc.) ook de hippiebeweging, de punk etc. lieten hun sporen na. Nadat het dictaat van de mode/couture uit Parijs niet meer werkte (zie ook blog over Yves Saint Laurent die zich op zijn beurt weer door de straat liet inspireren), kreeg de jongerencultuur de aandacht van de modewereld en werd geëxperimenteerd met uitingen daarvan. Looks en codes werden geannexeerd en te gelde gemaakt.

1966 ‘langharig Rotterdams tuig’ in parka coats en suede clark-shoes op de Puch

Ondertussen wordt er veel geld mee verdiend. Ook in onze eigen Rotterdamse winkelstraat zien we op onregelmatige tijden lange rijen voor een winkel met bepaalde sneakers of andere zogenaamd exclusieve/limited edition artikelen. Limited edition is een rekbaar begrip. Iedereen wil hetzelfde en voelt zich exclusief. Maar deel uit maken van zo’n subcultuur is een kostbare zaak. Het zwarte shirt gemaakt voor de expositie (in samenwerking met Off-White, het streetwearmerk van Abloh) is er in beperkte oplage, kost een slordige 300 euro.

Hiphop uitingen van namen als Patta (waarvan de gastcurator de expositie samenstelde), Filling Peaces en Supreme zijn duidelijk aanwezig. Cultdesigner Virgil Abloh (in Nieuwsbrief 24 van okt. 2018 schreef ik over hem: Abloh lijkt echter zelf de belichaming van de uitholling van de modewereld. enz.), creatief directeur mannen bij sjieke Louis Vuitton liet het te elfder ure afweten. Wellicht had hij het ontbreken van mode kunnen compenseren?

Het Yves Saint Laurent Museum in Marrakech, Marokko

Een eerdere dagtrip naar Marrakech zo’n vijf jaar geleden was bepaald geen succes. Aangekomen in de ommuurde binnenstad werden we belaagd door onaardige, super opdringerige toeristenlokkers (met in de aanbieding, restaurants, zonnebrillen, horloges, petjes, overnachtingen, taxis etc.). Hoe dichter bij het wereldberoemde Djemaa el Fna plein hoe drukker het werd, uit alle hoeken en gaten doken figuren op die een wandelende portemonnee ontwaarden. Het was er gloeiend heet (maar dat verwachtten we), het stonk niet het minst de naar uitscheidingsproducten van paarden en aanverwante dieren. Het zal niet verbazen dat ook de lokroep van slangenbezweerders ons niet kon overhalen lang in de stad te verblijven.

De belangrijkste reden om na 5 jaar op onze schreden terug te keren en de meer dan 3 uur durende busreis van de Atlantische kust naar de binnenlandse stad te maken was een lokroep van culturele aard: het Yves Saint Laurent Museum en de aangrenzende Majorelle-tuin.

Zo werd maar weer eens bewezen: cultuur (waaronder architectuur) sells, denk aan Bilbao met z’n Guggenheim, Rotterdam met z’n Markthal en andere architectuur en zoveel andere steden die plotsklaps toeristen trokken.

Dit keer meden we het beroemde plein en kozen een hotel in de moderne wijk Gueliz met het museum en de Majorelle tuin op loopafstand.

De Majorelle tuin is een prachtige, verborgen tuin (Le Jardin Secret) die gecreëerd is door de Franse kunstenaar Jacques Majorelle die er ook zijn atelier had. Het is een botanische tuin met planten (o.a. heel veel cactussen en bougainvilles) uit de hele wereld. Het was in de traditie van de Marokkaanse tuinpaleizen met exotische planten van alle continenten, compleet met een paviljoen en een fontein. Majorelle gebruikte in z’n tuin een zelf gemengde kleur kobaltblauw die naar hem vernoemd is.

Vanaf 1980 was de Majorelletuin eigendom van Yves Saint Laurent (1936-2008) en zijn partner en Pierre Bergé die een deel van het jaar verblijf hielden in Marrakech. Yves Saint Laurent werd vanaf z’n eerste bezoek geïnspireerd door Marokko.
In deze stad heeft hij kleur geleerd, daarvoor was alles zwart, naar eigen zeggen. Parijs was voor de creatie, Marrakech voor de inspiratie.

Na zijn dood realiseerde Pierre Bergé een nieuw museum (kort na de opening van het Musée Yves Saint Laurent Paris in 2017) op een steenworp afstand van de Majorelletuin met de collecties van YSL uit de jaren 1962-2002, gelardeerd met stukken uit z’n persoonlijk archief, schetsen, werkbladen en de bijbehorende stof, waardoor je een aardig inzicht krijgt hoe hij ontwierp en van de ontwikkeling van zijn oeuvre.

Het gebouw is opgetrokken uit rode baksteen en oogt (voor onze begrippen) nogal gesloten. Het is uniek van vorm en springt er uit in de omgeving.

Op internet zie ik tot mijn verbazing dat iemand in het gebouw een parfumfles ziet. Misschien oneerbiedig om te zeggen maar ik heb associates met de strenge lijnen van een bunker (die trouwens soms een bijna morbide schoonheid hebben) maar dan van baksteen, in een zeer stijlvol en opvallend speels – bijna grafisch – verband gemetseld. 

De architecten zelf (Karl Fournier en Olivier Marty van het Franse Studio KO) zeggen geïnspireerd te zijn door het proces van kleding ontwerpen: het knippen van stof voor een jurk, de lijnen en rondingen, de bakstenen verbeelden zo een valling of plooiing van de stof. Dat is voor ons bekend terrein, we zien heel goed wat ze bedoelen.

Bij de entree van de Majorelle tuinen sluiten we aan bij een zeer lange rij van andere toeristen (we horen om ons heen Engels, Frans, Duits, Spaans, Japans etc. maar autochtonen lijken te ontbreken) en kopen een combiticket voor tuinen en museum.

De tuinen zijn prachtig maar het valt niet mee om een stukje natuur te zien zonder poserende of selfie-makende bezoekers.

In het museum hebben we daar in ieder geval geen last van. De ruimte waar de collecties te zien zijn is verduisterd en het er is verboden te fotograferen. De naleving daarvan wordt  zeer nauwgezet gecontroleerd.

Na eerdere bezoeken aan grote overzichtstentoonstellingen van YSL (oa. New York en Parijs) weten we ongeveer wat te verwachten: het trapezium silhouet, de smoking (le smoking tuxedo) , pakken, broeken (tailleur pantalon)  en broekpakken voor vrouwen, de bekende Mondriaan jurk (YSL stond erom bekend dat hij mode graag met kunst verbond), de caban (aangepast militair jasje) het safari-jasje, het halflange wollen jasje (pea coat) en een omvangrijke hoeveelheid galakleding in alle denkbare kleuren. 

Absoluut nieuw in zijn tijd was dat hij inspiratie haalde uit mannenkleding (waaronder uniformkleding) en straatmode. Hij is met z’n Prêt-à-Porter-collectie een absolute voorloper en maakte van de broek een unisex kledingstuk. Vrouwen droegen voor die tijd geen pantalon in het dagelijks leven (op een individuele uitzondering als de eigenzinnige Marlene Dietrich na). Door hem veranderde het straatbeeld.
Maar ook de jetset van de jaren zeventig wist hem te vinden. Beroemde klanten als Paloma Picasso en Catherine Deneuve (o.a, in Belle de Jour) droegen zijn kleding.

Als we hier rondlopen zien we dat hier de verbeelding aan de macht was. Al die prachtige stoffen, kleuren en belijningen maken ons vrolijk. Verbazingwekkend als je bedenkt dat dit het werk is van een verlegen man die geregeld geplaagd werd door gemoedstoestanden van diepe somberheid. Maar het was wel een man met een visie: ‘Ik heb me altijd verzet tegen degenen die hun ego willen bevredigen via de mode, ik heb altijd vrouwen willen dienen, ik wilde hen vergezellen bij die grote emancipatiebeweging die de laatste eeuw heeft gekend’.

Het is een troostende gedachte dat dit soort musea een terecht eerbetoon is aan een echte createur. De enorme belangstelling ervoor lijkt dit te onderstrepen. 

Nadere beschouwing

Achteraf kijkend naar de neergeschreven impressies van de bezoeken en het lezen van achtergrondinformatie op internet zie je een aantal verrassende verbanden.

Hip Hop ontstond zo’n vijftig jaar geleden in zeventiger jaren in de Bronx in de USA. Deze uiting van straatcultuur pur sang, beïnvloedde gaandeweg steeds meer  de mode. Dat is op zich niet zo opzienbarend omdat dat ook van andere subculturen (sommigen spreken van tegenculturen) gezegd kan worden. Het doorbreken van de blanke suprematie is echter wel een noodzakelijk en onstuitbaar proces in de mode.
Er wordt als het ware van onderaf en uit een onverwachte hoek invloed geëist op het modebeeld.

Tegelijkertijd, zelfs iets eerder, op een ander continent, is er een beweging vanuit de top van de mode, de haute couture gaande richting straatcultuur. 

Marokkaanse taferelen en kleuren

Yves Saint Laurent introduceerde in z’n haute-couture al straatelementen (in z’n Dior tijd zorgde zijn ‘beat look’ met zwarte leren jas voor opschudding) en verhevigde dit in de door hem geïntroduceerde Prêt-à-Porter-lijn (lees confectie) in de late jaren 60. Later door de massa omarmde kledingstukken als de parka, legerbroeken, Afghaanse jassen etc. adopteerde hij al in zijn collecties. Zijn collectie was zeker niet goedkoop maar wel veel meer betaalbaar dan z’n haute couture kleding.

Later toen het modehuis van hem en Pierre Bergé in andere handen overgegaan was, uitten ze hun ongenoegen bij een bepaalde gelegenheid als volgt: ‘Te bloot, te schreeuwerig, te ordinair eigenlijk’, en ‘Creativiteit en marketing gaan slecht samen’.
L’histoire se répète? 

 
Back to Blog