Back to Blog
Ed van der Elsken

Van ‘Lust for Life’ naar ‘If not now, then when’ en ‘Made in Holland’

Column David

Van ‘Lust for Life’ in Rotterdam naar

‘If not now, then when?’ in Eindhoven door naar
Puck en Hans, Made in Holland’ in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam

Lust for life,

Ed van der Elsken in kleur

De gang naar Lust for Life, de expositie van foto’s van fotograaf en filmmaker Ed van der Elsken in het Rotterdamse Fotomuseum is een feestje.
Een feestje waarvan je de ambiance en sfeer kent en de mensen je bekend voorkomen of meent van vroeger te herinneren. 
De iconische foto die Ed van der Elsken in de zestiger jaren maakte van 3 meisjes in de Van Beethovenstraat in Amsterdam
“Ik bezing het leven. Ingewikkelder ben ik niet. Ik bezing dan ook alles: liefde, moed, schoonheid, maar ook woede, bloed, zweet en tranen.” -Ed van der Elsken

Als je de zestiger jaren bewust hebt meegemaakt, is er een voortdurend ‘déjà-vu’ gevoel. De nieuwsgierigheid, het enthousiasme en de gretigheid om alles te zien en vast te leggen, spat er van af. Van der Elsken was een groot liefhebber van kleurenfotografie en leek een ingebouwd fototoestel te hebben.
Het museum laat zien hoe de talloze slecht bewaarde dia’s met moderne technieken behouden konden worden. De expositie is daar het bewijs van.
Het leven in de tweede helft van de vorige eeuw wordt vastgelegd, geluk, lijden, erotiek maar ook de dood en de strijd om een menswaardig bestaan komen aan bod. Gelukkig bleef de horizon niet beperkt tot Amsterdam maar was er een vertrek naar het platteland en waren er verre reizen, waaronder rapportages voor bekende bladen.

De omslag van het bekende fotoboek
De tentoonstelling bezoeken voelt als het willekeurig bladeren in een mooi fotoboek (werp ook zeker een blik in zijn boek Eye love you’).  Een overdonderende hoeveelheid foto’s die een tijd laten zien die wel heftig maar toch wat optimistischer, vrijer en minder preuts over komt. Het vastleggen van die tijd ging op een bijna filmische manier, als een roadmovie door tijd en plaats, geen uitgebreide aandacht voor kleuren of compositie maar een voelbare, dwingende overtuiging dat het vastgelegd moest worden, hoe dan ook.
Eenmaal buiten lijken we in een wat grauwere werkelijkheid te stappen.

If not now, then when?

Ook dit jaar bezochten we de DDW (Dutch Design Week 2019) in Eindhoven.

Het motto dit jaar is een vraag, een vraag  waar eigenlijk wel een zeker ongeduld in doorklinkt. Het doet ons denken aan een tekst uit een song van lang geleden die ons bij is gebleven: ‘De jeugd heeft toch de toekomst, mag ik die dan even?’  De blik is hier duidelijk toekomstgericht met mogelijke oplossingen om deze te sturen.

We hebben maar een dag voor een manifestatie die een week duurt met ruim 2600 exposanten verspreid over de stad dus zijn genoodzaakt aan een soort cherry-picking te doen.

Exposanten in de Campina hal

Omdat we de Graduation show altijd een absoluut hoogtepunt vinden, starten we daar.

De locatie is voor het tweede jaar in de hallen van de oude Campina melkfabriek. Ongeveer 180 exposerende vormgevers of vormgevers in opleiding laten hun licht schijnen over zaken die zij belangrijk vinden of die verbeterd kunnen worden. Esthetica of commercialiteit lijken hier niet nummer één te staan maar eerder enthousiasme en ambitie om gesignaleerde problemen op te lossen. 

We noemen hier alleen wat willekeurige zaken die ons opvielen bij de mode, kleding, textiel en verwerkingstechnieken. Deze hebben natuurlijk onze speciale aandacht.
Sommige ontwerpers grijpen terug op het verleden (bijv. Lotte Gulpers die geïnspireerd was door het 17e eeuwse  ‘swart laeken’ en met lokaal Zwartbless wol probeert oude technieken en kwaliteit te herintroduceren).

Zwartbless wol

Anderen richten zich op het heden of de verwachte toekomst. We zagen iemand die vond het een idee om beschadigingen en reparaties aan kledingstukken – ook in het kader van duurzaamheid – in het oog springend en opvallend zichtbaar te maken.
Andere ontwerpers zoeken naar verbindingen met de laatste (digitale) technieken. Julie Elles Ericson, koppelt kleding aan electronische sensoren en beeldschermen om onze steeds wisselende digitale identiteit te onthullen.

 

Volgens Koreaanse traditie en koperweefsel en stof met sensoren
De inspiratie van ontwerpers is niet alleen lokaal is maar internationaal. Sun Lee vindt bijvoorbeeld inspiratie in traditionele Koreaanse kleding. Kleding gemaakt van Hansan-Mosi weefsel en Hanji papier. Traditionele handmatige verwerking waarbij duurzaamheid voorop staat. Zo ontstaat een collectie uit meerdere lagen en componenten.
Lena Winterink experimenteert  met stof waarin koper verweven is (ze fabriceert het ook zelf) en laat verschillende bewerkingen ondergaan, waaronder oxidatie. In haar visie zijn veroudering en andere mutaties geen reden om de kleding weg te doen maar juist redenen om ze te blijven dragen en verspilling tegen te gaan.

Grappig in dit verband is dat wij werkend in de praktijk al jaren geleden stoffen gebruikten met metaal (waaronder koper) verwerkt in kleding (zie onderstaand de DORIENDAVID klassieker).
Het was zeer fraai maar de stof had ook wat nadelen. De oxidatie vond namelijk vooral onder de oksels plaats (wat klanten niet zo’n charmant gezicht vonden) en een toevallige aanraking met een halogeen lamp zorgde voor een milde elektrische lading door de stof die de dunne draad verbrandde.
PUCK en HANS, Made in Holland

Op dinsdag 15 oktober waren we in Lantaren/Het Venster in Rotterdam voor een vertoning van de documentaire over Puck & Hans. De documentairemaker en zij zelf waren aanwezig voor een nagesprek met een journaliste en het aanwezige publiek.

Omdat we de expositie van hun werk in 2017 in Museum Amsterdam uitgebreid hebben bekeken (zie Nieuwsbrief no 19 van mei 2017) kwamen er voor ons niet echt verrassende zaken naar voren. Maar de pers is lyrisch over hun belang voor de toenmalige (randstedelijke) modewereld en hun toonaangevende en trendsettende invloed neemt bijna mythische vormen aan.

Het leuke van zo’n bijeenkomst is wel dat je ze toch wat beter leert kennen. De daadkrachtige, no-nonsense vakvrouw Puck en de charmerende en humorvolle Hans voor een zeer welwillend en somtijds – indien nog passend – in echte ‘Puck en Hans kleding’ gestoken publiek in de prettige ambiance van het Lantaren/Venster complex.

Het enige dat afbreuk aan het geheel deed was de klungelige uitvoering door het theater. Bij een eerste poging werd gemeld dat de voorstelling uitverkocht was. Bij een tweede poging werd daar niet van gerept en was de gevraagde reservering geen probleem. 

Bij het begin van het nagesprek in de zaal bleek de geplaatste barkruk vanwege de hoogte een no go thing voor de inmiddels niet meer zo jonge Puck die dan ook al snel richting bioscoop stoel verdween en moest Hans de honneurs waarnemen. Gedurende de dialoog met de presentatrice zat de regisseur er voor spek en bonen bij en toen de microfoon de zaal inging bleek iedere vorm van regie onmogelijk. De monologen van enkele oude klanten waren niet altijd te stuiten en het onbehagen over de geringe aandacht voor de Rotterdamse Puck en Hans winkel werd breed uitgemeten. Kortom een loffelijk streven maar tekortschietend in de uitvoering. De goede sfeer in de zaal vergoedde veel en niet alles hoeft natuurlijk perfect te zijn.

Back to Blog