Back to Blog
Oud label Puck en Hans

DORIENDAVID en Puck en Hans Zoek de verschillen

 

Iedere ontwerper/ondernemer heeft waarschijnlijk voorbeelden of zelfs inspiratiefiguren die zijn koers hebben bepaald.
Voor ons hoorden Puck en Hans daar bij. In hun tijd, vanaf eind jaren zestig waren zij baanbrekend en hebben ze zoals ze zelf zeggen ‘tegen truttigheid gestreden’ (interview Volkskrant Magazine 11 maart 2017 n.a.v. de komende tentoonstelling in het Amsterdam Museum). Ze hebben zeker lange tijd de meest vooruitstrevende winkels van het land gehad.Het kan niet op. Elsevier magazine spreekt zelfs van een ‘Nationaal fenomeen’. Dat gold ook voor onze woonplaats Rotterdam. Het Rotterdamse mode-landschap was tot het midden van de tachtiger jaren (de beginjaren van DORIENDAVID op de Overblaak ,omstreeks 1986), beperkt en overzichtelijk.
Voor Wikipedia schreef ik daar een stukje over:

Er in Rotterdam tot dan toe nauwelijks een traditie was van vrijgevestigde ontwerpers. Er waren slechts enkele ontwerpers in Rotterdam als Cargelli, de werknaam van Carl Gellings die een couturesalon had aan de Claes de Vrieslaan en Henk Wiggers die een kleine boetiek dreef onder de toenmalige Rotterdamse Schouwburg. Zij hadden een beperkte lokale bekendheid en telden nationaal niet mee.
Vanaf eind zestiger jaren hadden Puck en Hans kleding van eigen ontwerp aangevuld met exclusieve merkkleding in hun boetiek aan de Van Oldenbarneveltstraat. In de eerste helft van de tachtiger jaren kwam daar de Charley boetiek aan de Meent bij met kleding en accessoires van ontwerpers zoals van Alison Beauchamp, Ell=Bell en Gerwin Smit. In de tweede helft van de tachtiger jaren kwam Modepromenade Overblaak tot stand.

Als je iets echt aparts zocht in die tijd in Rotterdam, kwam je bijna vanzelf bij Puck en Hans uit. Wij kochten er ook. We herinneren ons bijvoorbeeld dat we voor een verloving (bestond nog in die jaren) een pakje van tweed lieten maken en later een heel leuk jurkje van ongebleekt katoen met vetersluiting scoorden. Dorien: “Samen met wat andere meiden op vrijdag eerst je verdiende geld van die week ophalen bij het uitzendbureau en daarna even kijken bij Puck en Hans voor je verder ging ‘statten”. Op een recent verjaardagsfeestje blijken er meerdere fans (en vroegere klanten) van Puck en Hans te zijn.
Het is heel leuk voor ons om het interview in de Volkskrant te lezen. Er zijn parallellen, maar er zijn ook belangrijke verschillen. Het meest in het oog springende verschil is natuurlijk het feit dat wij van een latere generatie zijn. Toen Puck en Hans in 1967 hun eerste winkel openden, zaten wij nog op de middelbare school. Niet lang voor zij hun  winkels sloten in 1998, starten wij met onze tweede studio in Amsterdam (1995). Bij de uiteindelijke naamgeving van onze zaak, eind tachtiger jaren, kozen we bewust niet voor Dorien en David maar voor DORIEN DAVID.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

DORIEN en DAVID zeventiger jaren
oud label van DORIENDAVID

Een ander groot verschil is de opbouw van de collectie. Puck en Hans vulden de eigen collectie al snel aan met vooruitstrevende confectie. Toen nog niet zo bekende namen als Jean Paul Gaultier en Vivienne Westwood werden door hun geïntroduceerd in Nederland. De indruk bestaat dat hun eigen ontwerpen langzamerhand steeds meer naar de achtergrond verdwenen. Bij ons kan daar geen sprake van zijn want de hele collectie is altijd ons eigen ontwerp geweest: ‘From scratch to creation’, echt alles is door onszelf gecreëerd.

Maar bij lezing van het interview zien we ook een aantal opvallende overeenkomsten. Puck kreeg haar opleiding aan de Rotterdamse Snijschool  en de Willem de Kooning Academie  . Dorien deed dezelfde opleidingen, volgde nagenoeg eenzelfde traject en werd ook een vakvrouw. Als ze zeggen: ’ Maar onze pasvorm was ook heel goed. Onze kleding deed iets voor vrouwen; het stond niet alleen maar leuk met maatje 34’. Horen we bijna onszelf spreken. Ook het niet ontwerpen voor de massa, maar altijd iets nieuws klinkt zeer bekend in de oren.

In onze eerste collecties wilden we naast andere kledingstukken gewoon mooie jurken maken, aan trouwjurken hadden we nog helemaal niet gedacht. Maar evenals bij Puck en Hans, kwamen ook bij DORIENDAVID vrijwel vanaf het eerste begin bruiden die een niet-standaard jurk zochten. We waren daardoor verrast. Puck en Hans stopten met hun ‘alternatieve’ bruidsjurken omdat ze bang waren een commercieel bruidshuis te worden. Wij zagen daarentegen juist mogelijkheden om binnen onze collectie een afwijkende rol te spelen op die traditionele markt. Daar hebben we nooit spijt van gekregen. In onze jeugdige onbezonnenheid zeiden we toen over het aanbod; “Je kan maar twee soorten bruidsjurken kopen lelijke en ordinaire maar allebei truttig”.

Foto bij column over Puck en Hans
Piet en Bea, december 1978, trouwjurk van Puck en Hans
Ook bij de benadering van de doelgroep zijn er verschillen. Zij zeggen mode is voor jonge mensen. Puck: ‘ Je wilt toch iets maken dat zo leuk en mooi mogelijk is, zulke dingen worden meestal niet gedragen door mensen van 60 en 70’. Wij zeggen ons klantenbestand loopt van 18 tot 80 jaar. En dat is echt zo (dat blijkt ook uit verschillende van onze columns/blogs, zie bijv. ‘Een eminente dame (waarin de actrice Pleunie Touw een hoofdrol speelt) in maart 2015 en Eeuwige liefde in augustus 2015). Buiten de stroom  jonge klanten, hebben wij altijd heel graag oudere dames gekleed (denk ook aan moeders van bruiden). Dat is een grote uitdaging omdat ook op deze markt vaak ‘truttigheid’ de boventoon voert. Oudere klanten van ons hebben dit vaak genoeg kunnen logenstraffen.

Met Puck en Hans zeggen wij wel in koor dat we niet zo zakelijk zijn. Althans dat vinden we zelf. Maar we realiseren ons wel dat je niet 30 jaar (nog een overeenkomst) een zaak kunt hebben, zonder zakelijk te zijn. Wat we beiden bedoelen en voorstaan is waarschijnlijk dat het zakelijke niet het uitgangspunt noch het voornaamste streven is. Als het goed is, geniet je in de mode al genoeg van creativiteit, ambachtelijkheid en vernieuwingsdrang.Ook als je zoals wij zeer kritisch staat tegenover het hele mode-gebeuren. The unbearable lightness of fashion was niet voor niets eens een thema van een van onze collecties. Iets anders is als je beiden in de zaak staat moet je er natuurlijk wel van kunnen leven.

Tot slot een andere gedeeld uitgangspunt:’ Klanten kwamen jasjes kopen voor een feest, maar wilden het ook naar het werk aan kunnen. Dat praktische is typisch Nederlands’. Dat verschijnsel kennen wij ook maar wij zeiden altijd dat dat typisch Rotterdams was. Nu dat niet blijkt te kloppen, stappen we maar over op dat andere Rotterdamse cliché van die opgestroopte mouwen…
Het geheel overziende, kunnen we het gestelde in de openingsalinea wel aanvullen. Puck en Hans waren niet alleen voorbeelden en inspiratoren voor ons maar blijken ook geestverwanten uit een andere tijd.
We verheugen ons al op de tentoonstelling.

Back to Blog